Jouw levensverhaal: fictie of waarheid?
schrijf je levensverhaal

Stel jezelf voor als de hoofdpersoon in jouw verhaal. Schrijf je dan creatieve non-fictie of schrijf je de naakte waarheid?
Waar begint storytelling en waar eindigen jouw precieze herinneringen?
Hoe rijg je jouw verhalen aan elkaar tot een boeiend boek voor je lezer? Hoe begin je jouw levensverhaal? Wat is goede, wat is onbelangrijke  content? Waar ga je details gebruiken, wat is de kracht en de valkuil van dialoog, hoe ga je om met tijd? Moet er absoluut een spanningsboog in mijn verhaal?

Wie wil nu iets over mij lezen?

Je schrijft over jezelf. Over ervaringen en gebeurtenissen die jij hebt beleefd. Jij bent immers de held in jouw verhaal. Misschien kan je nauwelijks wachten om wat jij allemaal hebt meegemaakt met de wereld te delen. Maar zit de wereld nu wel op jou te wachten?

Waarom wil je jouw verhaal vertellen?

Wil je jouw lezer helpen met jouw verhaal? Heb je een ervaring achter de rug waardoor je jouw lezer steun en troost kan bieden?
Ben je ergens zo goed in dat je jouw kennis wil delen met de wereld? Heb je een ontdekking gedaan waarmee je de wereld wil verbeteren? Heb je gewoon de behoefte om een dramatische gebeurtenis te vertellen? Wil je jouw doorleefde trauma van je af schrijven? Wil je jouw levensverhaal vertellen om na te laten aan je kinderen en kleinkinderen zodat ze weten waar jij vandaan kwam, wat jouw geschiedenis is en hoe jij jouw familiewaarden wil overdragen?

Wat wil je vertellen?

Een van de eerste dingen die jij je moet afvragen is watje wil vertellen.
Heb je een vreselijke ziekte overwonnen of heb je na een ongeval jarenlang moeten revalideren? Help je met deze ervaringen anderen? Wil je over jouw jeugd schrijven ? Over jouw reiservaringen?  Over jouw favoriete sport of hobby? En hoe schrijf je daarover? Een DIY-boek of een roman?

Wie vertelt het verhaal?

Denk even aan een van je eerste herinneringen. Met wie speelde je toen je een kleuter was? Wat speelde je het liefste. Waar was dat? Waar waren je vader en je moeder terwijl jij speelde? Herinner jij je nog wat je droeg, welke kleur je speelgoed had? Nu kan je je afvragen: wie is het belangrijkste personage in die herinnering? Het vriendje of vriendinnetje waarmee je speelde? Je papa of mama die toekeek? Vanuit welk standpunt wil je dat verhaal vertellen. Hoe wil je naar jezelf kijken?

Herinner je de eerste keer dat je van je fiets of skateboard viel en je jezelf pijn deed. Echt pijn. Wie hielp je recht? Wie troostte je? Als je dat verhaal zou vertellen, door wiens ogen zou je dan kijken? Naar de buurman die zijn grasmachine achterliet en jou hielp? Jouw papa die het zichzelf nooit vergaf dat hij je losliet?  Wie laat je dat verhaal vertellen? Dat is een moeilijke vraag, want tenslotte ben jij toch de hoofdpersoon. Het is ons leven dat belangrijk is, toch?

Dat klopt voor een dagboek. In een dagboek ben je jouw eigen hoofdpersoon en tegelijk jouw enige lezer. Als jij jouw dagboek zou hertalen, verhalen naar een boek dan schrijf je voor je lezer.

Jouw lezer in jouw verhaal

Als je begint te schrijven voor een lezer, gebruik je jouw creativiteit. Je schrijft jezelf naar een lezer toe. Een lezer die jou niet kent, die eigenlijk geen fluit om jou geeft. Jouw lezer is alleen maar geïnteresseerd in een verhaal dat hem moet ontspannen, boeien, inspireren of tot actie aanzetten!

Als je je boodschap wil overbrengen, hou je rekening met jouw publiek. Zoals bij een theatervoorstelling.

Jouw verhaal

Wat is een intrigerend verhaal

Voor ik dieper inga op jouw lezer, wil ik je vragen om een tijdlijn te maken. Als je 16 bent, nummer je je tekstpagina’s of bladzijden in je schriftje tot 16, als je zestig bent, zoals ik, nummer je tot 60.

Op die pagina’s schrijf je een belangrijke gebeurtenis. Ga zover terug als mogelijk. Ik herinner me nog dat ik nog geen drie jaar was toen er op een nacht een vreselijke chaos in ons huis was. Mijn broertje was een jaar jonger dan ik en hij was heel erg ziek.  Iedereen was wakker en ik ook. Mama huilde en riep, papa was in verwarring, mijn opa weende. Ze stonden rond de oude kachel in het atelier van mijn moeder. Ik begreep niet wat er aan de hand was, maar ze maakte allemaal ruzie met elkaar. Op een bepaald moment zijn mama en papa met mijn broertje weggegaan. Voor het te laat was, schreeuwde mijn moeder!  Ik bleef  alleen achter. Mijn opa nam me op schoot en zei: we moeten bidden. Die nacht sliep ik alleen. Mijn broertje overleefde nipt. Later vroeg ik hem het litteken op zijn buik te laten zien. Dat riep voor mij weer de gruwel van die nacht op.

Je herinneringen kunnen ook gewoon steekwoorden zijn. Zoals in mijn geval de woorden: dode duiven, Zuid-Afrika, eerste publicatie, ontvoering, verhuis enz… genoeg zijn om een wereld aan herinneringen neer te schrijven.

Ik heb heel veel dramatische jeugdherinneringen die niemand boeien maar wel mooie literatuur opleveren. Ik wil graag ‘De dode duiven’ met jullie delen. Dat verhaal vind je op mijn webpagina.

Geen verhaal zonder conflict

Herinneringen waar een conflict in zitten met een spanningsboog en een heldere oplossing zijn de boeiendste. Een van mijnherinneringen was bijvoorbeeld dat mijn vader me meenam naar een café enkele huizen verder op de straat waar een tv was. Ik was toen 10 jaar en thuis was er geen tv. Het was verboden om naar het café te gaan en nu nam papa mij mee!  Ik herinner mij de sigaren- en sigarettenrook die om te snijden was. Er waren trouwens voornamelijk mannen. Ik voelde mij heel onwennig omdat ik geen enkel ander kind van mijn leeftijd zag.  Iedereen zat naar het scherm te staren waar Neil Armstrong de eerste stap op de maan zette. Ik kon dat toen niet begrijpen. Een man op de maan? Pas later besefte ik dat ‘ik het live gezien heb’. Wat ik wel onthouden heb is dat ik iets gedaan had wat eerder verboden was: twee huizen verder in onze straat het café binnengaan. Laat op de avond.  Om naar tv te kijken.

Iedereen weet nog waar hij of zij was op 9/11. Dat is alvast een gebeurtenis om op 1 van jouw pagina’s te schrijven. Stel dat je beschrijft waar je was en wat je deed vanuit de derde persoon, levert dat waarschijnlijk een origineel kortverhaal op.

Dunne lijn tussen fictie- en non-fictie

Je hoeft geen dingen te verzinnen. Dat bedoel ik niet met de dunne lijn tussen fictie en non-fictie. Je creëert een verhaal, je werkt eraan , je schrijft en schrapt tot je een verhaal hebt dat je lezer graag wil lezen.

Hoe kies je een onderwerp

Het is niet de bedoeling om een chronologisch verslag van je leven te schrijven. Dat mag je in jouw cv doen, en dan nog…

Beth

Ik geef je een voorbeeld. Mijn dochter Beth werd twee maanden te vroeg geboren op 10 november 1980 in de St-Pieterskliniek in Leuven. Dat is een feit. Op dat ogenblik was de prematurenafdeling in het nieuwe Gasthuisberg ziekenhuis. Beth lag dus in een couveuse op vijf kilometer van mijn bed.
Toen ik uit de verdoving na de keizersnede ontwaakte kreeg ik een polaroid foto van mijn baby te zien. De verpleegster zei dat het van levensbelang was dat ik borstvoeding zou geven. Hoe kon ik borstvoeding geven aan een kind dat ik niet kon vasthouden? Ik moest afkolven met een rood borstpompje. De melk werd opgevangen in en steriel flesje en naar Gasthuisberg gebracht. Ik pompte en pompte alsof mijn leven ervan af hing. Dat van Beth in ieder geval. Na vier dagen mocht in de rolstoel met de ziekenhuiswagen naar Gasthuisberg. Daar kon ik, achter een raam mijn baby zien. Ze was zo klein en paste maar net in de grote hand van haar papa. Beth lag er niet alleen. In de andere bedjes lagen kleine minuscule wezentjes aan draadjes en slangetjes. Ze wogen amper 600 gram. Terug op mijn kamer vroeg de verpleegster mij of ik meer melk wou kolven, voor de andere prematuren in het ziekenhuis. Het rode pompje werd een reddingsboei voor prematuren.  Daarover heb ik een script geschreven voor een digital storytelling verhaal: The story of Beth op YouTube.

https://bit.ly/2saKGs1

Het is een filmpje over het belang van borstvoeding en goede borstpompen om levens van baby’s te redden. Dit verhaal is waarschijnlijk herkenbaar voor vrouwen die een kind hebben dat prematuur geboren werd of zelfs gestorven is. En elk van die ouders heeft een ander verhaal.

Hoe gaat het verder

Ik kan dat verhaal nog intenser maken door die ervaring met al mijn zintuigen te beschrijven. Hoe ik de eerste keer mijn kind in mijn armen kon nemen en zelf voeden. Deze gebeurtenis had ook een gevolg voor mijn tweede kind. Toen mijn zoon Pieter geboren werd, wou ik het kind niet laslaten na de geboorte. Ook niet om hem te laten wegen of te verzorgen. Het trauma van Beth stak de kop weer op. De vroedvrouw zei dat ik ’s nachts mijn kind zou verstikken als ik op hem zou liggen. Ik antwoordde: ‘Ik ken geen enkel beest dat op zijn jongen gaat liggen en ze verstikt.’
Ik heb Pieter niet losgelaten. Ze konden op hun kop gaan staan.

Ik kan natuurlijk ook vertellen hoe mijn ouders reageerden toen ik hen belde om te zeggen dat Beth geboren was. Mijn oma vroeg: ‘hoelang heeft het nog geleefd?’ Beth werd en is nog altijd het ‘wonder’ in onze familie. Ook het verhaal van Pieter is in mijn familie een eigen leven gaan leiden, zoals dat met verhalen gaat. Beth vindt het super als ik haar verhaal vertel, Pieter vindt het een beetje gênant, vooral het stuk waar ik hem schoon likte na de geboorte.

Een verhaal wordt altijd boeiend als je het in een relationele context plaatst.  Hoe reageren de anderen? Wat doen ze? Wat zeggen ze? Wat laten ze niet zien en zeggen ze niet?

Mijn ouders leven nog

Als ik terugga naar mijn vroegste jeugdherinneringen, bots ik uiteraard op mijn familie en meer bepaald op mijn ouders. Mijn mama was een dominante vrouw, papa bewaarde de lieve vrede, zoals dat heet. Als ik een verhaal vertel vanuit mijn standpunt, kan mijn moeder voorbeeld daar een verhaal tegenover plaatsen vanuit haar standpunt. Als moeder van vijf kinderen.  Mijn zussen en broers kunnen over dezelfde gebeurtenis bijvoorbeeld een ander standpunt innemen.

Moet ik dan wachten tot mijn ouders dood zijn om een verhaal van vroeger te vertellen?

Nee hoor, je kan het verhaal  fictief schrijven. Je schrijft over jezelf in de 3de persoon. Je beschouwt jezelf als een personage in het grotere verhaal dat je wil vertellen, net zoals je een fictief verhaal zou verzinnen. Je hebt jouw begin, jouw midden en jouw einde. Je creëert je spanningsboog en je denkt aan het waarom van je verhaal. Waarom moet je dit verhaal toch schrijven?

Goeie vraag. Waarom? Ik zou zeggen: Probeer het eens. Neem een trefwoord uit je tijdlijn en begin eraan. Succes!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief!

Ontvang elke week schrijftips in je mailbox. Ik ben een schrijver, geen spammer. En je kan je altijd en op elk moment uitschrijven.

Je bent ingeschreven! Kijk in je inbox voor de eerste e-mail. Als je binnen een uur niks hebt ontvangen, kijk dan in je ongewenste e-mail.

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief!

Ontvang elke week schrijftips in je mailbox. Ik ben een schrijver, geen spammer. En je kan je altijd en op elk moment uitschrijven.

Je bent ingeschreven! Kijk in je inbox voor de eerste e-mail. Als je binnen een uur niks hebt ontvangen, kijk dan in je ongewenste e-mail.

Share This